Haags Porselein (1779-1791)

Haags porselein is een van de meest kostbare en exclusieve producten uit de 18de eeuw in Den Haag. Tijdens het bewind van stadhouder Willem V bloeide het culturele leven in de stad. Het hof stimuleerde kunst, muziek en luxe ambachten, waaronder de productie van porselein.


Cultureel klimaat in Den Haag

Stadhouder Willem V had een eigen hoforkest en nodigde het jonge muzikale wonderkind Mozart uit, die zeven maanden in Den Haag verbleef. Hij opende ook de eerste openbare schilderijenzaal van Nederland, waarin zijn uitgebreide collectie werd tentoongesteld. Het hof en de Haagse elite beschouwden een eigen porseleinfabriek als een prestigieuze onderneming, waarmee zij hun status konden tonen.


Porselein in Europa

Al in de 8ste eeuw werd in China hoogwaardig porselein gemaakt: hard, doorschijnend en niet-poreus keramiek van kaolien, kwarts en veldspaat, gebakken op hoge temperatuur. De VOC-import maakte Chinees en Japans porselein buitengewoon populair in Europa, vooral bij vorstenhuizen, die het verzamelen tot een ware rage maakten.

Joachim Böttger slaagde in 1708 in Meissen voor het eerst in het maken van Europees porselein. Zijn porselein was zelfs harder dan het Chinese, doordat het op hogere temperaturen werd gebakken. Ondanks geheimhouding verspreidde de kennis zich en ontstonden nieuwe porseleinfabrieken in Duitsland (Höchst, Berlijn, Nymphenburg, Frankenthal, Fürstenberg), Frankrijk (Sèvres, Vincennes), Oostenrijk (Wenen) en Nederland (Weesp, Loosdrecht, Ouder-Amstel).


Oprichting van de Haagse fabriek

In 1776 richtte Anton Lijncker, afkomstig uit Dresden, een porseleinfabriek in Den Haag op. Zijn zoon J.F. Lijncker had al een winkel in de stad waar porselein werd verkocht. De fabriek verhuisde in 1779 naar de Dunne Bierkade, met ateliers achter het Van Balckeneynde Huis, waar porselein werd gedecoreerd en geglazuurd. Archeologisch onderzoek toont dat de fabriek zelf geen porselein produceerde; onbeschilderde stukken kwamen uit Duitsland of Frankfurt am Main.


Productie en decoratie

Het Haagse porselein werd met de hand beschilderd met exotische bloemen, dieren, klassieke figuren en unieke landschappen. Anton Lijncker nam tientallen buitenlandse schilders in dienst, vooral Duitsers, mogelijk afkomstig uit Meissen of Ansbach. De producten waren kostbaar en bedoeld voor de Haagse elite. Om de Haagse afkomst te benadrukken, werd het fabrieksmerk de ooievaar gebruikt.


Financiële situatie en bewoners

In 1789 werd de fabriek overgenomen, terwijl de familie Lijncker nog een schuld van 6766 florijn had.

Bewoners Van Balckeneynde Huis:

  • 1778–1781: J.A. Lijncker (vader, porseleinfabrikant)
  • 1781–1801: J.F. Lijncker (zoon, porseleinfabrikant)

Het jaartal 1801 markeert het moment waarop de fabriek van de hand werd gedaan.


Nalatenschap

Haags porselein is vandaag de dag te vinden in collecties van Kasteel Duivenvoorde, het Koninklijk Huis en het Kunstmuseum Den Haag en het Rijksmuseum in Amsterdam. Voor verdieping is er het boek Haags Porselein van Constance Scholten (2000, ISBN 9789040094651) en historische bronnen zoals oude catalogi in Delpher.